Skip to content
mrt 24 / admin

Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt

Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt

Een gedicht over/voor de lente door Milla Braat

Dinsdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
Vanachter de heg springt de lente me tegemoet
“Hallo! Daar ben ik dan weer!” schreeuwt ze
“Verrek, daar ben je!” zeg ik
Ik klim op mijn fiets,
zij klimt op mijn rug, trekt de muts van mijn hoofd
gaat staan op mijn schouders
Mijn fiets zwalkt, ik maak mijn bochten onvoorzichtig
Ik kijk in elke winkelruit
 
Woensdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
ik wacht een minuut.
“Waar ben je” schreeuw ik.
ik stap op mijn fiets, trek mijn muts over mijn oren
neem de kortste weg
 
Donderdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Ben je daar” zeg ik meteen
“Nee, hier ben ik” schreeuwt de lente, ze staat aan het einde van de straat
Ik spring op mijn fiets, race naar het einde van de straat
ze staat aan het einde van de volgende straat
“Kom dan!” schreeuwt ze
” ’t is goed met je” schreeuw ik terug
Ik fiets terug naar huis
 
Vrijdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Héé! Wat fijn dat je er bent” schreeuwen honderd lentes me tegemoet
Achter elk raam, op elke grasspriet, in elke lantaarnpaal zit een lente
Met mijn fiets aan de hand wandel ik tussen de lentes door
ik groet ze allemaal, hang mijn jas over mijn stuur
ik kom oude vrienden tegen op straat
“Het is lente!” schreeuw ik tegen hen
Ik voel drie druppels, achter elkaar, op mijn neus
Ik kijk om me heen. Alle lentes zijn verdwenen
Ik stop en ren een café in, ik gooi mijn muts op de bar
Een man draait zich naar mij om en zegt
“21 maart, dán is het écht lente!”

Milla Braat

Laat een reactie achter

You must be logged in to post a comment.